16 maart

Na enigszins hersteld te zijn van de salto van vorige week zaterdag, vandaag weer maar proberen te gaan fietsen.
’s Morgens mijn fiets goed nagekeken, alles weer recht gezet en schoongemaakt. Zelfs mijn  achterband nog vernieuwd, een echte Continental grand prix 5000. Hiermee zou ik de concurrentie aan kunnen: 10 gram lichter dan zijn voorganger, 12% sneller en super grip in de bochten. Vol goede moed ging ik om 13.00 uur naar Krabbendijke. Helaas was ik vanuit Yerseke alleen. Waarschijnlijk zou het ook niet druk worden deze middag. Enkele vaste waarden uit het peloton zouden niet aanwezig zijn i.v.m. hoogtestage in het buitenland, dit ter voorbereiding op de komende zomercompetitie.
Toen ik om 13.30 uur in Krabbendijke aankwam was enkel Ronny Karelse er nog maar.
We hebben nog 5 minuten gewacht maar er kwam niemand meer bij.
Dus met z’n tweeen die middag op pad. Dat het geen makkelijke middag zou worden was bij de start gelijk al duidelijk. Een westenwind, windkracht 7.
Via Oostdijk ging het richting Waarde. Door de Puthoekseweg richting de Westerschelde. Hier hadden we de wind pal in. Vol op de pedalen en slechts snelheden halen ver onder de 20 km/uur. Dat zou het motto worden voor vandaag. Via Den Inkel ging het richting het kanaal. Net voor Hansweert hoopte ik dat Ronny het wel goed vond zo en weer richting Waarde zou gaan. Maar niets was minder waar. Een vragende blik van mij (want spreken was onmogelijk in deze storm) hoe te gaan. Het vingertje van Ronny wees naar het westen. Dus over de sluizen.
De martelgang zou dus nog verder gaan. Door Schore en door Eversdijk. Daarna weer een vragende blik van mij hoe te gaan. Het vingertje van Ronny ging weer richting ’t westen. De pijnbank ging dus verder. Langs ’s Gravenpolder richting Lange Weegje. Weer hoopte ik dat Ronny het zo wel goed vond maar weer ging het vingertje richting het westen. Door het Lange Weegje richting Kwadendamme. Hier hoopte ik dat we af zou buigen naar het Noorden. Maar nee hoor, weer met dat vingertje naar het westen. Na Kwadendamme over de dijkjes. Hier had de wind vrij spel en dat was te merken ook. Hier stormde het echt, rukwinden niet normaal, zo maak je het zelden mee op de fiets. Je voelde gewoon de golfslag in je biddon. Maar nog steeds ging Ronny’s vingertje richting ’t westen. Waar zou dit eindigen? Inmiddels had ik alle reserves aangesproken, maar Ronny trapte er nog lustig op los of het niet stormde. Wat ging dat makkelijk bij hem, wat een kracht, wat een souplesse. En steeds bij elke splitsing ging dat vingertje naar het westen. Je zult het niet geloven maar menigmaal heb ik onderweg gehoopt op een lekke band om zo even op adem te komen, maar zelfs dat was me niet gegund.
Uiteindelijk kwamen we in Ellewoutsdijk, eindelijk, eindelijk ging dat vingertje van Ronny naar het oosten. Wat een opluchting we gingen weer terug naar huis. De terugweg ging bijzonder goed. Constant langs de Westerscheldedijk met een gangetje tussen de 40 en 50 km/uur. Er kon zelfs weer gepraat en gelachen worden.
In een mum van tijd waren we weer in Hansweert, na de sluizen ging Ronny richting Waarde en ik terug naar Yerseke.
Ronny langs deze weg bedankt en complimenten voor je uithoudingsvermogen.
Toen ik thuis kwam en wat bijgekomen was vroeg Marjon of ik genoten had. Nou, zei ik, er stond nogal wat wind. O, zei ze, waar kwam de wind vandaan. Toen heb ik voor de eerste keer die middag, met enige moeite, met m’n vinger naar het westen gewezen.

Jan Neels